Nemo naar Naturagart

Voor degenen die het nog niet wisten: ik ben ooit gaan duiken vanuit een interesse in onderwaterbiologie. Je kent dat wel; een klein aquarium, dat bijna niet schoon te houden is, daarna een wat groter aquarium, dat na een tijdje ook saai wordt, en tenslotte het besluit om het grootste aquarium te gaan bezoeken, maar dan als duiker. Vandaar ook mijn voorkeur om in zout water te duiken: dat is toch altijd wat gevarieerder en kleurrijker dan zoet water. En dan maakt het niet uit of het Bonaire of Zeeland is, want ik blijf alle twee stekken even mooi vinden.

Maar toen ik hoorde dat er in Duitsland een vijver was aangelegd waar enorme steuren in rondzwemmen, was mijn nieuwsgierigheid tóch gewekt. Die steur is een mythisch beest: volgens fossiele vondsten zijn steuren en de verwante lepelsteuren ongeveer 200 miljoen jaar geleden ontstaan. Ze hebben sinds die tijd opmerkelijk weinig morfologische veranderingen ondergaan. De steur kan een totale lichaamslengte bereiken tot zes meter en een gewicht van 400 kilogram. Steuren worden gemiddeld ongeveer 50 jaar oud, maar kunnen tot 100 jaar leven. (bron: Wikipedia). Bijzondere dieren, dus.

Ze worden ook verkocht als ‘vijvervissen’, maar dat lijkt me een kwelling voor die beesten. Behalve natuurlijk als je ze in een vijver uitzet die zo groot is als die in Naturagart. Daar kunnen die beesten makkelijk uit de voeten… eh, vinnen natuurlijk.

Dus toen Olivier voorstelde om eens een bezoekje aan dat Naturagart te brengen, heb ik me meteen aangemeld. En aangezien er nog meer liefhebbers waren, toog op zondag 7 juli een groepje van elf Nemo-leden richting Ibbenbüren, zo’n 55 km over de grens bij Oldenzaal. En op zondagochtend kun je flink doorrijden, dus we waren daar in nog geen twee uur. Daar aangekomen bleek het versjouwen van de duikspullen van parkeerplaats naar duikstek ‘best nog een dingetje’, maar dankzij het door Bert Nab meegenomen opvouwbare steekwagentje werd dat soepel opgelost.

Op de stek aangekomen, kregen we een briefing van een mevrouw aan de hand van een maquette van het duikgebied. Dat is een geweldig onderwaterpark; ze hebben daar allerlei paadjes en grotten in gemaakt, gedecoreerd met beelden, zuilen, een afgezonken schip en nog véél meer trullemerullen. Makkelijk om de weg kwijt te raken, en om dat te voorkomen hebben ze op de bodem van de vijver een slang aangebracht die van de instapplek tot aan het eind van de vijver leidt. Zo kun je je ook blij slecht zicht goed oriënteren.

Dat zicht was trouwens niet ál te best; het was flink druk met duikers, en dat betekende dat het onvermijdelijke sediment dat zich in de loop van de jaren op de bodem ophoopt, flink was opgedwarreld. Jammer, maar daar lieten we ons niet door weerhouden. Dyllen Melissen was mijn buddy, en getweeënlijk zwommen we rustig langs de slang de vijver in. En toen duurde het niet lang voordat we de eerste steuren zagen. Goeie help, wat een joekels van een beesten zijn dat! En ze zijn ontzettend tam, ze trekken zich hoegenaamd niets van je aan. Dat is soms best intimiderend; ze zwemmen vlák langs je heen, en gaan volkomen hun eigen gang. Maar het opvallendst was een wat kleiner exemplaar, dat veel witter was dan de andere beesten. Waarschijnlijk een albino, en die viel echt op tussen die wat donkergroen/bruin getinte dieren.

En hoe ervaren je ook bent als duiker, zo’n ‘close encounter’ met die enorme beesten zorgt er tóch voor dat je wat sneller door je lucht heen bent als normaal. Dyllen en ik zijn na zo’n veertig minuten het water uitgegaan, en hebben ons weer omgekleed. En ook de andere Nemo-duikers kwamen toen de één na de ander uit het water. Tijd om de inwendige mens te versterken!

Dat kan bij Naturagart ook prima: in het restaurant op het park is een ‘all you can eat’-lunchbuffet waar je je buikje rond kunt eten. Dat hebben we dus ook gedaan, en daarna zijn een aantal Nemo-leden een tweede duik gaan maken. Die heb ik aan me voorbij laten gaan, en ik ben samen met Irma terug naar Nederland gereden. En terugrijdend kwamen we tot de conclusie dat een ontmoeting met zo’n ‘levend fossiel’ de duiksport toch uniek maakt!.

Peter Stöve.